Thema’s FAQ
Opgelet!
Dit werkinstrument heeft geen bindende legale waarde. Het is een referentiedocument gebaseerd op juridische analyse
De vrijheid van meningsuiting is zeker en vast één van de fundamentele waarden van een democratie en dit principe werd bekrachtigd op internationaal niveau.
Het is meer bepaald vastgelegd in artikel 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (zie website van het Centrum, www.diversiteit.be, wetgeving, internationaal):
Artikel 10. Vrijheid van meningsuiting
Deze vrijheid is ook vastgelegd in het Belgisch recht, namelijk in de artikelen 19 en 25 van de Grondwet.
Art. 19 van de Belgische Grondwet: “De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd, behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd.”
Art. 25 van de Belgische Grondwet: “De drukpers is vrij; de censuur kan nooit worden ingevoerd…”;
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft, in de loop der jaren, een uitgebreide rechtspraak ontwikkeld met betrekking tot dit principe van vrijheid van meningsuiting en zijn beperkingen.
Uit deze rechtspraak blijkt dat:
Deze rechtspraak geeft blijk van een heel brede interpretatie door het Hof van het principe in kwestie en beperkingen worden moeilijk aanvaard3.
Met betrekking tot deze beperkingen kan men de volgende principes uit de Belgische en Europese rechtspraak afleiden:
In het kader van dit onderzoek naar evenwicht duidt het Europees Hof enerzijds aan dat de bovengenoemde beperkingen “proportioneel aan het rechtmatig nagestreefde doel” moeten zijn, en anderzijds dat “het nodig is om een zorgvuldig onderscheid te maken tussen de feiten en de waardeoordelen”, want “als men de werkelijkheid van het eerste kan bewijzen, dan hoeft de nauwkeurigheid van het tweede niet worden aangetoond”5.
De Belgische en internationale rechtspraak maakt wat de beperkingen betreft die aan de vrije meningsuiting worden gesteld, een onderscheid in functie van het domein waarbinnen de persoon die zich uitspreekt zich bevindt: de pers, het artistiek milieu, de openbare dienst, …
In het arrest Stoll vs. Zwitserland, 10 december 2007 (overweging 101) wijst het Hof nogmaals op het feit dat:
De principes van het Hof van Straatsburg zijn terug te vinden in de Belgische rechtspraak, o.a. van het Grondwettelijk Hof. Zie ook: Gent, 21 april 2004, VZW’s/CGKR, Liga Mensenrechten, OM.
1. Europees Hof voor de Rechten van de Mens, arrest Barthold, 25 maart 1985, Publicaties van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, serie A, vol. 90, p. 25, par. 55 ; Europees Hof voor de Rechten van de Mens, arrest Lingens bovenvermeld, Rechtbank van Eerste Aanleg Brussel, 28-10-2005, Affaire KIR.
2. Europees Hof voor de Rechten van de Mens, arrest Handyside vs Verenigd Koninkrijk, 7 december 1976, Publicaties van het Europees Hof voor de rechten van de mens, serie A n° 24, p. 23, par. 49. Zie ook Feret vs. België, 16 juli 2009, website echr.
3. Voor een uitgebreide analyse, zie F. SUDRE, JP. MARGUENAUD, J. ANDRIANTSIMBAZOVINA, A. GOUTTENOIRE, M. LEVINET, « Les grands arrêts de la Cour européenne des Droits de l’Homme », PUF 2009, p. 603-646.
4. Alain Stowel en François Tulkens (Onder leiding van), "Prévention et réparation des préjudices causés par les médias", Larcier, 1998, p. 110
5. Europees Hof voor de Rechten van de Mens, arrest Barthold, 25 maart 1985, bovenvermeld; Europees Hof voor de Rechten van de Mens, arrest Lingens, bovenvermeld, Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, 28-10-2005, Affaire KIR, bovenvermeld.
6. Europees Hof voor de Rechten van de Mens, arrest Lingens, bovenvermeld, par. 42.
Europees Hof voor de Rechten van de Mens, arrest Handyside, 7 december 1976, Publicaties van het Europees Hof voor de rechten van de mens, serie A nr. 24, p. 23, par. 50.
7. In dit opzicht houdt de rechtbank van eerste aanleg zich te lang op met het bepalen van de potentiële bestemmelingen en de lezers van een satirische krant om de verantwoordelijkheid van de auteurs van het werk te bepalen, Affaire UBU, 20 december 2005, niet gepubliceerd.
8. EHRM, arrest Lediheux en Isomi vs. Frankrijk, 23 september 1998, §§ 47 en 55. S. Van Drooghenbroeck en E. Brems, obs onder Gent, 21 april 2004, J.T. 2004, p. 590.
Dit is een subsite van Diversiteit.Be
Download het referentie- document
Geen
U ontvangt een email waarmee u uw klacht kan bevestigen. Gelieve de instructies te volgen in het mailbericht.
Privacy: Uw gegevens worden uitsluitend verwerkt in het kader van de wettelijke opdracht en bevoegdheden van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding naar aanleiding van een klacht door u ingediend of naar aanleiding van een klacht tegen uw persoon. Ze worden onder geen enkel beding aan derden meegedeeld: enkel de medewerkers van het Centrum die aangesteld zijn om klachten te behandelen en de directie kunnen toegang krijgen tot uw gegevens. De wet van 8/1211992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer wat de verwerking van persoonsgegevens betreft, kent u een recht van mededeling en verbetering van uw persoonsgegevens toe, alsook de mogelijkheid om het openbaar register van geautomatiseerde verwerkingen te raadplegen bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Om de rechten van mededeling en verbetering uit te oefenen dient u een gedagtekend en ondertekend verzoek met kopie van uw identiteitskaart te richten naar de Dienst Privacy van het Centrum, Koningstraat 138, 1000 Brussel.