U bent hier

De evaluatie door het VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap: een chronologie

Alle staten die het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap geratificeerd hebben, worden door het VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap geëvalueerd. De eerste keer gebeurt dat twee jaar na ratificatie van het Verdrag, daarna om de vier jaar. In het VN-Comité hebben experts inzake handicap uit verschillende landen zitting; een van hen wordt aangesteld als rapporteur. De evaluatie door het Comité is niet bindend, maar heeft wel een hoog moreel gezag.

Hieronder geven we een chronologisch overzicht van de evaluatie. Ngo’s worden bij verschillende stappen aangemoedigd om hun inbreng te leveren.

1. Het statelijk rapport

De eerste stap is het statelijk rapport dat België zelf opstelt en waarin wordt opgesomd wat de Belgische staat en de verschillende gemeenschappen en gewesten gedaan hebben om de verplichtingen die voortvloeien uit het VN-Verdrag na te komen. Het statelijk rapport vormt de basis van de verdere evaluatie. Vaak zijn rapporten die door de staten zelf worden geschreven onvoldoende kritisch of laten ze belangrijke zaken onderbelicht.

Het statelijk rapport van België (2011)

2. Schaduwrapporten

Ngo’s krijgen de kans om zelf een rapport aan het VN-Comité over te maken. Dat kan tot twee maanden voor de openbare zitting van het Comité. Inzendingen die daarna ingediend worden, kunnen onder voorbehoud in overweging genomen worden. Rapporten moeten in het Engels, het Frans of het Spaans worden overgemaakt. Wanneer ze niet in het Engels overgemaakt worden, is het aanbevolen om een Engelse samenvatting toe te voegen.

In deze rapporten – die ook ‘schaduwrapporten’ worden genoemd – kan een kritische reflectie gegeven worden op het statelijk rapport en/of kunnen aandachtspunten naar voren geschoven worden over de situatie van personen met een handicap in België. Ngo’s kunnen verzoeken om de openbare zitting bij te wonen, waar ze hun rapport eventueel kunnen toelichten. Op vraag van de ngo kan dat ook achter gesloten deuren.

De contactgegevens van het VN-Comité.

Voor de eerste evaluatie van België maakten GRIP en het Belgian Disability Forum elk een schaduwrapport over aan het VN-Comité. Die schaduwrapporten kunt u terugvinden op de websites van de beide organisaties of op de website van het VN-Comité.

Parallel rapport

In zijn hoedanigheid van onafhankelijk monitoringmechanisme van het VN-Verdrag maakt het Interfederaal Gelijkekansencentrum voor elke evaluatie een rapport over aan het VN-Comité. Dat rapport wordt het ‘parallel rapport’ genoemd.

Het parallel rapport van het Interfederaal Gelijkekansencentrum.

3. List of Issues

 Op basis van het statelijk rapport, het parallel rapport en de schaduwrapporten stelt de rapporteur een list of issues op – een lijst met vragen naar meer verduidelijking over bepaalde thema’s. De Belgische staat moet die list of issues vervolgens in maximaal 30 pagina’s beantwoorden, aangevuld met statistische gegevens. Ook het Interfederaal Gelijkekansencentrum en ngo’s kunnen er hun feedback op geven, en dat voor of na het antwoord van de Belgische staat. Eventueel kunnen ze daarbij reageren op het antwoord van de Belgische staat.

4. Overleg met het Comité

Het Interfederaal Gelijkekansencentrum, ngo’s en andere organisaties kunnen tot vier weken voor de openbare zitting van het VN-Comité verzoeken om een afzonderlijk overleg met het Comité. Dat verzoek moet de volgende elementen bevatten: de naam van de organisatie (of een beschrijving van de coalitie van organisaties), de titel van het overleg, een korte beschrijving van de onderwerpen die zullen worden behandeld, het uur van voorkeur, de naam en de functie van de spreker(s). Dat verzoek kan geweigerd worden.

5. Openbare zitting

De openbare zitting verloopt in aanwezigheid van een delegatie van de Belgische staat, van het Interfederaal Gelijkekansencentrum en van personen met een handicap of verenigingen die hen vertegenwoordigen. De zitting wordt gespreid over twee halve dagen (tweemaal drie uur). Verzoeken om de openbare zitting bij te wonen moeten op voorhand ingediend worden.

Verloop

  • De Belgische staat stelt zijn statelijk rapport voor en licht nieuwe ontwikkelingen toe.
  • Het VN-Comité stelt vragen aan de staat (per groep van rechten).
  • De Belgische staat maakt een afsluitend statement.

Het Interfederaal Gelijkekansencentrum, ngo’s en andere organisaties kunnen tot twee dagen voor de openbare zitting van het VN-Comité om spreektijd verzoeken. Dat verzoek moet de naam en de missie van de organisatie vermelden, de rol die personen met een handicap in de organisatie hebben, en de naam en de functie van de spreker. De bijdrage zelf moet minstens een dag op voorhand overgemaakt worden.

Ngo’s kunnen side-events organiseren om de leden van het VN-Comité extra inlichtingen te geven.

Naar een verslag van de constructieve dialoog tussen België en het VN-Comité (2014)

6. Concluding Observations

Na de openbare zitting bereidt de rapporteur de concluding observations – het evaluatierapport – voor. Die observations worden vervolgens bekrachtigd door het VN-Comité. Ze vermelden de positieve en negatieve aspecten en de factoren die de tenuitvoerlegging van het Verdrag belemmeren. Er worden ook aanbevelingen in gedaan. Ze worden publiek gemaakt door het VN-Comité en door de Belgische staat, en worden overgemaakt aan de Algemene Vergadering en de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.

7. Follow-up

In de concluding observations kan het VN-Comité de staat verzoeken om binnen een bepaalde termijn (maximaal twaalf maanden) extra informatie over bepaalde problematieken voor te leggen. De rapporteur legt na ontvangst van die informatie een follow-uprapport voor aan het VN-Comité. Sowieso maakt de opvolging van de geformuleerde aanbevelingen steeds mee het voorwerp uit van de volgende vierjaarlijkse evaluatie.

Naar de concluding observations in het Nederlands (2014)

Naar de concluding observations in de officiële VN-talen (2014)

Naar de concluding observations in het Duits (2014).