België heeft sinds 1981 een Antiracismewet. De volledige naam van deze wet is ‘de wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden’. Verder zullen we spreken over de Antiracismewet.
Meerdere malen werden er in het verleden al aanpassingen aan deze wet gedaan. Zo werd er in 1994 een definitie van discriminatie toegevoegd én een specifiek artikel dat racisme op het vlak van arbeid moest aanpakken. Door de wetswijziging van 20 januari 2003 werd onder meer het woord ‘ras’ vervangen door de term ‘zogenaamd ras’.
Deze wetswijziging ging ook gepaard met de stemming van de algemene antidiscriminatiewet in het parlement. Deze wet was eveneens ingrijpend, niet enkel voor het Centrum, maar ook voor de strijd tegen het racisme. Naast de invoering van de verzwarende omstandigheden bij sommige misdrijven – indien het motief van slagen en verwondingen bijvoorbeeld van racistische aard is, worden de straffen verzwaard – is er ook een burgerlijk luik dat voor wat België betreft, vernieuwend is.
In de burgerlijke procedure kan de discriminatie onmiddellijk worden stopgezet, kunnen bijkomende bewijzen worden aangedragen via de situatietests of praktijktests én via statistische bewijzen. Voor het Centrum was deze wet belangrijk omdat het Centrum op dat ogenblik ook bevoegd werd voor alle andere vormen van discriminatie, met één uitzondering: gender. Deze wetgeving is er ondermeer ook gekomen onder druk van de Europese Richtlijnen 2000/43 en 2000/78. De Richtlijn 2000/43 wordt ook wel eens de ‘rasrichtlijn’ genoemd. Ze gaat over de gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming.
De laatste wijziging ten slotte dateert van 10 mei 2007. De wet van 1981 en de wet van 2003 werden voor grote delen samengevoegd, en tegelijkertijd werd er een gelijkaardige wetgeving ingevoerd voor alle andere vormen van discriminatie, zoals leeftijd, handicap, seksuele geaardheid, … en voor gender. De discriminatiegrond ‘taal’ werd ook ingevoerd, doch hiervoor is het Centrum niet bevoegd.
De discriminatiegronden van de Antiracismewet zijn nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming.
gronden waarvoor het Centrum bevoegd is
gronden waarvoor het Centrum niet bevoegd is
Toepassingsgebied van de antidiscriminatiewet
Directe discriminatie met betrekking tot racisme
Objectieve rechtvaardiging
Indirecte discriminatie met betrekking tot racisme
Intimidatie
Opdracht geven tot discriminatie
Racisme is verboden
Gronden waarvoor het Centrum bevoegd is
Het is de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding die de discriminatiegronden waarvoor het Centrum bevoegd is, opsomt.
Artikel 2 van deze wet stelt dat het Centrum als opdracht het bevorderen van de gelijkheid van kansen en het bestrijden van elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van:
1° nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming;
2° leeftijd, seksuele geaardheid, handicap, geloof of levensbeschouwing, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, politieke overtuiging, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een fysieke of genetische eigenschap, en sociale afkomst.
Meer uitleg over de antidiscriminatiewetgeving vindt u op onze website onder de rubriek ‘discriminatie’.
Gronden waarvoor het Centrum niet bevoegd is
Het Centrum is niet bevoegd om meldingen te behandelen van discriminatie op basis van geslacht (hiervoor is het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen bevoegd) en op basis van taal (hiervoor wordt een bevoegd orgaan aangewezen).
Toepassingsgebied
Het toepassingsgebied van de Antiracismewet strekt zich uit tot alle domeinen van het openbare leven. Hieronder zijn de belangrijkste: de sfeer van arbeid en tewerkstelling (zowel de overheids- als de privé-sector), het aanbod van goederen en diensten (horeca, handel, verhuur, verzekeringen, …), de sociale zekerheid en de gezondheidszorg, en de deelname aan economische, sociale, culturele of politieke activiteiten die open staan voor het publiek.
De Antiracismewet is een federale wet en is bijgevolg niet van toepassing op de aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen en de Gewesten vallen. De Gemeenschappen en Gewesten nemen zelf afzonderlijke wetgevende initiatieven om de gelijke behandeling te waarborgen in de aangelegenheden waarvoor zij bevoegd zijn en dit conform de Europese Richtlijnen.
Opgelet! Een direct of indirect onderscheid op grond van een beschermd criterium is geen vorm van directe of indirecte discriminatie wanneer dit onderscheid door of krachtens een wet wordt opgelegd.
Een positieve actie is toegelaten volgens de wet. In dat geval zorgt men ervoor dat er specifieke maatregelen geomen worden om te voorkomen of om te compenseren dat mensen anders behandeld worden op basis van een kenmerk dat door de wet beschermd wordt (bijvoorbeeld de huidskleur, de nationaliteit, …). Die positieve actie moet er dan voor zorgen dat in de praktijk iedereen gelijk behandeld wordt. De regels voor toepassing van een positieve actie moeten vastgelegd worden in een Koninklijk Besluit.
De wet voorziet geen positieve actie in privé-relaties zoals bijvoorbeeld tussen vrienden.
Directe discriminatie met betrekking tot racisme
Volgens de Antiracismewet is er sprake van directe discriminatie wanneer een direct onderscheid op grond van een beschermd criterium tot gevolg heeft dat een persoon minder gunstig wordt behandeld dan een andere persoon in een vergelijkbare situatie en wanneer hiervoor geen rechtvaardiging kan gegeven worden.
Bv Men weigert een persoon aan te werven omwille van zijn herkomst of huidskleur
Bv Men weigert een persoon de toegang tot een dancing omwille van zijn huidskleur
Objectieve rechtvaardiging
De Belgische Antiracismewet valt onder het strengste regime. Dit wil zeggen dat er enkel een rechtvaardiging mogelijk is in de arbeidssfeer wanneer het gaat om ‘wezenlijke en bepalende beroepsvereisten’. Zo mag men bijvoorbeeld voor een verfilming van het leven van Nelson Mandela, expliciet vragen naar een zwarte acteur.
Bij het leveren van goederen en diensten is er geen rechtvaardiging mogelijk, men mag geen direct onderscheid maken op basis van een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming.
De enige uitzondering is nationaliteit.
Men mag een onderscheid maken op basis van nationaliteit
– wanneer de maatregel beantwoordt aan een legitiem doel én
– wanneer de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Elke situatie is uniek en wordt geval per geval beoordeeld rekening houdend met alle relevante kenmerken.
Indirecte discriminatie met betrekking tot racisme
Schijnbaar neutrale maatregelen (reglementen, bedrijfscultuur, …) kunnen als effect hebben dat personen op basis van een discriminatiegrond bijzonder benadeeld worden. Men spreekt dan van indirecte discriminatie als deze maatregelen niet gerechtvaardigd kunnen worden.
Bv Een tuinbouwbedrijf organiseert een selectie-examen voor tuinarbeiders waarbij de kandidaten een overdreven moeilijke test van het Nederlands moeten afleggen terwijl een basiskennis van het Nederlands in principe voldoende is om de job te kunnen uitoefenen. Deze maatregel zou ervoor kunnen zorgen dat mensen met een minder goed kennis van het Nederlands automatisch uitgesloten worden om zich kandidaat te stellen.
Intimidatie
De Antiracismewet verbiedt eveneens bepaalde vormen van ongewenst gedrag dat verband houdt met één van de beschermde criteria, en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
Op intimidatie op grond van één van de beschermde criteria binnen de arbeidssfeer is niet de Antiracismewet van toepassing, maar wel de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Deze slachtoffers worden ook opgevangen en bijgestaan door het Centrum.
Bv een ploegbaas maakt voortdurend vernederende en beledigende opmerkingen over zwarten en viseert hiermee zijn Afrikaanse arbeiders.
Opdracht geven tot discriminatie
Elk gedrag die inhoudt dat men een opdracht geeft aan een persoon , een groep of vereniging om te discrimineren, is verboden.
Bv een klant geeft opdracht aan een interimkantoor om geen mensen van vreemde origine te aanvaarden voor de functie. Dit voorbeeld is ook van toepassing voor een klant die aan het immobiliënkantoor de opdracht geeft om niet te verhuren aan vreemdelingen.
De wet verbiedt met andere woorden dat de klant opdracht geeft tot discriminatie net zoals het verbiedt dat het agentschap de vraag tot discrimineren uitvoert.
Top<
Racisme is verboden
De Antiracismewet geeft slachtoffers van discriminatie de mogelijkheid de discriminatie te doen stoppen, onder meer door een beroep te doen op een advocaat, een vakbond of een dienst die strijdt tegen discriminatie. De wet voorziet de mogelijkheid juridische actie te ondernemen voor een burgerlijke rechtbank. De Antiracismewet voorziet ook in de bescherming van slachtoffers en getuigen van discriminatie tegen nadelige maatregelen wegens het indienen van een klacht of het optreden als getuige. Indien de rechter de discriminatie erkent, kan hij aan het slachtoffer een forfaitaire schadevergoeding toekennen.
De Antiracismewet is ook een strafwet.
– Aanzetten tot discriminatie, haat of geweld wordt bestraft. Het impliceert meer dan een ‘loutere’ belediging, en er is een zekere openbaarheid vereist.
– Het verspreiden van denkbeelden gegrond op rassuperioriteit of rassenhaat wordt bestraft. Ook hier is er een zekere openbaarheid vereist.
– De wet geeft de mogelijkheid om haatmisdrijven strenger te bestraffen.
Bv Een persoon met een zwarte huidskleur wordt in elkaar geslagen. Het onderzoek wijst uit dat de dader de slagen toebracht omdat de persoon een Afrikaan is. Deze persoon werd dus geslagen omwille van zijn huidskleur, wat een verwerpelijke beweegreden of een verzwarende omstandigheid is. De rechter heeft de mogelijkheid de minimumstraf te verdubbelen.
– Discriminatie door overheidspersoneel wordt ook bestraft.
– Discriminatie bij arbeidsbetrekkingen en bij goederen en diensten is ook strafbaar
– Het niet naleven van een stakingsbevel is ook strafbaar.
– Het behoren tot of medewerking verlenen aan een organisatie die kennelijk en herhaaldelijk racisme, discriminatie of segregatie verkondigt.
Blijf op de hoogte van de activiteiten van het Centrum: schrijf u in op onze nieuwsbrief.
