De Wetgeving – De actiemogelijkheden – Kan België optreden tegen websites in het buitenland?
De Wetgeving
Vrijheid van meningsuiting is van essentieel belang in elke democratische samenleving. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft er al vaker op gewezen dat deze vrijheid niet alleen geldt voor uitspraken of ideeën waarin iedereen zich kan terugvinden of die als onschuldig of neutraal worden beschouwd. Deze vrijheid geldt ook voor uitspraken of ideeën die een land of een bepaald deel van zijn bevolking kwetsen, choqueren of verontrusten. Anders gezegd, uitlatingen die choqueren zijn op zich niet strafbaar.
Toch zijn er ook grenzen aan deze vrijheid, zoals blijkt uit artikel 10§2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: ‘Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich meebrengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij wet voorzien zijn en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.’ Onder bepaalde voorwaarden kan deze vrijheid dus beperkt worden.
Het verbod op het aanzetten tot haat is één van die beperkingen op de vrijheid van meningsuiting die noodzakelijk zijn om een democratische samenleving naar behoren te laten werken. De strijd tegen het aanzetten tot haat is geen typisch Belgisch gegeven maar is vast gelegd in zowel Europese als internationale wetteksten.
In België zijn er drie wetten die de strijd tegen cyberhate onderbouwen:
• de ANTIRACISMEWET, of de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (gewijzigd door de wet van 10 mei 2007);
• de ANTIDISCRIMINATIEWET, of de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;
• de WET TEGEN HET NEGATIONISME, of de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd.
In het kader van de uitvoering van deze wetten en in de strijd tegen haat op internet, is de notie ‘aanzetten tot’ erg belangrijk. De eerste twee wetten verbieden personen om ‘aan te zetten tot’ discriminatie, segregatie, haat of geweld tegen personen of groepen personen op basis van bepaalde eigenschappen (nationaliteit, zogenaamd ‘ras’, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming, leeftijd, seksuele geaardheid, handicap, geloof of levensbeschouwing, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, politieke overtuiging, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een fysieke of genetische eigenschap, sociale afkomst en taal).
Onder ‘aanzetten tot haat, geweld of discriminatie’ verstaan we verbale en non-verbale communicatie die aanzet, stimuleert, aanmoedigt, provoceert en oproept tot bepaalde reacties. Dit gaat dus verder dan gewone ideeën, informatie of kritiek. Bovendien is het niet noodzakelijk dat aan die oproep effectief gevolg gegeven wordt.
Niet alles is verboden op internet. Het blijft een uniek middel om een eigen mening te vormen en die ook te verspreiden. Er moet gewaakt worden over wettelijke bepalingen die de vrijheid van meningsuiting beperken. Wanneer bepaalde uitlatingen echter tegen de wet indruisen, dan is het aan de rechter om over deze feiten te oordelen.
‘Negationisme’ is het ontkennen of het extreem minimaliseren van bepaalde historische gebeurtenissen. Zo is het in België verboden om het bestaan van de genocide tijdens de tweede wereldoorlog door het nazi-regime te betwisten of te rechtvaardigen. De wet tegen het negationisme bindt de strijd aan tegen uitlatingen die deze feiten minimaliseren en die aanzetten tot antisemitisme, racisme en uitsluiting omdat dit onze democratische samenleving bedreigt.
Rechter trekt duidelijke grenzen: De “Makakkendans” zet aan tot haat, geweld en discriminatie Het Centrum is uiterst verheugd over de uitspraak van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen van 16 december 2005 in een rechtszaak waarbij drie personen terecht stonden wegens het verspreiden van een racistische versie van de populaire Kabouter Plopdans (sinds september 2000 onder andere verspreid onder de naam “Makakkendans”). Het Centrum heeft hiertegen reeds in oktober 2000 bij het gerecht te Antwerpen strafklacht ingediend tegen onbekenden, wegens het “aanzetten tot haat, geweld en discriminatie tegen een groep, een gemeenschap of leden ervan, wegens o.m. ras of nationale of etnische afstamming” (artikel 1 van de antiracismewet van 30 juli 1981). In de loop van de zaak drong het Centrum aan op de oriëntatie van het strafonderzoek naar de persoon die aan de tekstversie ervan via e-mail een ruime verspreiding had gegeven, naar de persoon die de geluidsversie van de Makakkendans heeft ingezongen en naar de persoon die de geluidsversie via Napster (een programma waarmee men via het internet geluidsbestanden gratis kon uitwisselen met om het even wie) ter beschikking gesteld had samen met toespraken van Adolf Hitler. Het Centrum ontving sinds 2000 meer dan 100 klachten in verband met de racistische Plop-parodie, de laatste dateert van zes december 2005. In veel klachten werd benadrukt dat dit lied ruim bekend stond, gratis door jong en oud van het internet kon gedownload worden en door vele kinderen enthousiast werd meegezongen. Het enten van een erg boosaardige en racistische tekst op een populair kindermedium vormt naar het oordeel van het Centrum, een zeer ernstig vergrijp, dat veel schade aan de maatschappij berokkent. Deze uitspraak houdt de bevestiging in van het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Mechelen van 20 september 2002 waarbij een deejay veroordeeld werd voor het in het openbaar draaien van het lied. De rechter stelde toen reeds vast dat dit lied onmiskenbaar aanzet tot haat, discriminatie en geweld. Het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen voegt hieraan toe dat de verspreiding van zowel de schriftelijke tekst, als van de geluidsversie van de “Makakkendans” op zichzelf een aanzet inhoudt tot haat, geweld en discriminatie. De Rechtbank stelt immers vast dat de beklaagden, door de tekstversie per e-mail te verzenden aan verschillende personen of door de geluidsversie te verspreiden via e-mail of het ter beschikking te stellen via voor het publiek toegankelijke computerbestanden, zich bewust hebben geschaard achter de inhoud ervan, en zich hebben geassocieerd met de boodschap die erin vervat zit. Persbericht Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, (16 december 2005) |
De actiemogelijkheden
Enkele tips voor de gebruikers
1. Wees kritisch en tracht een onderscheid te maken tussen feiten, meningen en tendentieuze berichten om te beoordelen of een bericht al dan niet geloofwaardig is.
2. Neem contact op met de firma die de website beheert. Als je weet om welke firma het gaat, begeef je dan naar de contactpagina. Hier vind je informatie over de stappen die je moet volgen om contact op te nemen. Het is goed om te weten dat de meeste access providers een vast e-mailadres hebben om misbruiken te melden. Gebruik dit e-mailadres om melding te maken van misbruiken op websites, blogs of chats die door de leverancier gehost worden ([email protected], [email protected], [email protected], …).
3. In het geval van een discussieforum of chatroom kan je jezelf in de meeste gevallen wenden tot de moderator of beheerder via een meldknop ‘misbruik melden’.
4. Meld de feiten aan het Centrum. Het Centrum kan contact opnemen met de hostfirma, de eigenaar of de moderator van een website. Het Centrum verwijst daarbij altijd naar het gebruiksreglement of naar de betrokken wetgeving en tracht tot een oplossing te komen door middel van overleg en bemiddeling.
Desgewenst kan het Centrum ook andere acties ondernemen zoals het parket of de politie informeren die de zaak al dan niet nader onderzoeken. In uitzonderlijke gevallen kan het Centrum zich burgerlijke partij stellen. In dat geval wordt een onderzoeksrechter aangesteld die zich over de zaak buigt. Wanneer voldoende bewijzen beschikbaar zijn en geen verder onderzoek nodig is, kunnen de betrokkenen onmiddellijk worden gedagvaard. Een onmiddellijke dagvaarding kan ook zinvol zijn wanneer het Centrum bepaalde ‘content’ snel van het internet wil verwijderd zien, omdat een gerechtelijk onderzoek soms jaren kan aanslepen.
5. Je kan natuurlijk ook zelf de politie verwittigen. Richt je in dat geval tot de Federal Computer Crime Unit van de Federale politie (FCCU) via het meldpunt op www.ecops.be. De FCCU onderzoekt de zaak en brengt zo nodig verslag uit bij de gerechtelijke instanties.
Actie van het Centrum tegen racistische kettingmails
In de rubriek racistische en xenofobe kettingmails op deze website vind je een lijst te vinden met alle kettingmails die het Centrum behandelde. Elke kettingmail is voorzien van een inhoudelijke en juridische analyse. Op die manier kan iedereen die een bedenkelijke kettingmail ontvangt, op de website van het Centrum nagaan of de inhoud ervan klopt. Soms heeft de inhoudelijke analyse betrekking op het verifiëren van de in de kettingmail opgesomde feiten, in andere gevallen betreft het een discoursanalyse. Heel wat mensen maken gebruik van deze nieuwe toepassing op de website om de afzender van de kettingmail een gepast antwoord te geven. Het is een bijzonder handig instrument voor mensen die onvoldoende vertrouwd zijn met de problematiek en toch een manier zoeken om de haatverspreiding via kettingmails te stoppen.
In alle andere gevallen, zijn ook websites zoals www.hoaxbuster.com of www.hoaxkiller.com interessant om na te gaan of de inhoud van een e-mail correct is.
Initiatieven van beheerders/moderatoren
Steeds vaker nemen websitebeheerders en eigenaars van forums of blogs het initiatief om gedragscodes aan de gebruikers op te leggen. Je moet geen expert zijn in de wetgeving van een land om aan de gebruikers van een forum regels op te leggen. Een gedragscode is vergelijkbaar met een huishoudelijk reglement en bepaalt welk gedrag al dan niet getolereerd wordt. Een gedragscode bevat dikwijls bepalingen over racisme en xenofobie, maar ook over openbare zedenschennis, het gebruik van foto’s, hacking, … Deze toepassing geeft aan de moderatoren de vrijheid om informatie te verwijderen die niet voldoet aan de regels. Heel wat websites geven gebruikers de mogelijkheid om misbruik te melden via een knop ‘misbruik melden’.
Gedragscode Het Laatste Nieuws Volgende daden zijn bij wet verboden en strafbaar gesteld op HLN.be: • Racisme, xenofobie, negationisme en discriminatie. Hierop staan gevangenisstraffen van acht dagen tot een jaar. Racistische uitlatingen, homohaat propageren, een nazistisch beeld als foto plaatsen of beledigingen uiten aan het adres van vreemdelingen, zijn bijgevolg verboden op HLN.be. • Openbare zedenschennis, publiceren van pornografische afbeeldingen, pedofilie en het publiek aanbieden van prostitutie- of escortdiensten. Het is verboden om pornografische avatars te uploaden of erotische teksten te plaatsen. Humoristische of karikaturale afbeeldingen kunnen hier in sommige gevallen een uitzondering op zijn, zolang het humoristische karakter de bovenhand haalt. • Laster, eerroof, stalking, beledigingen, misbruik van de naam of de beeltenis, misbruik van vertrouwen, …. zijn bij wet verboden en strafbaar gesteld als klachtmisdrijven. Scheldpartijen, grove beledigingen, het misbruiken van andermans naam of foto, lasterlijke en eerrovende praktijken zijn dus ook verboden op HLN.be. Voor meer informatie over de andere gedragsregels, zie www.hetlaatstenieuws.be |
Gedragscode van de sociale netwerksite Netlog Om iedereen plezier te laten beleven aan Netlog, moet je je minstens aan enkele regels houden. Volgende daden zijn verboden en kunnen vervolgd worden: • Racisme, xenofobie, negationisme en discriminatie (gevangenisstraffen zijn mogelijk). De volgende zaken zijn strikt verboden op Netlog: racistische uitlatingen, homohaat propageren, vreemdelingen beledigen, … •(…) Humoristische of karikaturale afbeeldingen kunnen hier in sommige gevallen een uitzondering op zijn, zolang het humoristische karakter de bovenhand haalt. • Laster, eerroof, stalking, misbruik van de naam of de beeltenis, misbruik van vertrouwen, … zijn bij wet verboden en strafbaar gesteld als klachtmisdrijven. Scheldpartijen, grove beledigingen, het misbruiken van andermans naam of foto, … zijn bijgevolg dus ook op Netlog strikt verboden. Meer informatie over de andere gedragsregels vind je op de website van Netlog. Je kan ook contact opnemen via e-mail: [email protected] |
Aansprakelijkheid van de providers
Het Belgische grondwettelijke systeem van opeenvolgende aansprakelijkheid bij een persmisdrijf zorgt ervoor dat internet service providers aansprakelijk kunnen worden gesteld voor racistische uitlatingen en hatespeech op hun servers. Dat is het geval wanneer de auteurs in België niet gekend zijn of er niet wonen.
Het systeem van de opeenvolgende en afzonderlijke aansprakelijkheid zorgt ervoor dat er altijd iemand aansprakelijk is voor een persmisdrijf. In eerste instantie is dat de auteur, op voorwaarde dat die gekend is in België en in België woont. Vervolgens is de uitgever, dan de drukker en ten slotte de verspreider aansprakelijk.
Voorbeeld: de website ‘Vrij Historisch Onderzoek’: • Siegfried Verbeke is de auteur van VHO. Hij werd in Antwerpen veroordeeld en zit nu in een Duitse gevangenis zijn straf uit. • VHO is eigendom van een Britse uitgever (Castle Hill Publishers). • De ‘drukker’ is een Amerikaanse internet service provider die de website host (Theplanet.com Internet Services – Dallas). • De ‘verspreiders’ zijn de Belgische access providers die Belgische surfers de mogelijkheid bieden om deze website te bezoeken (zoals Telenet, Skynet, Scarlet, Versatel enz.). |
Omdat ze sneller aansprakelijk kunnen worden gesteld, hebben access providers maatregelen genomen om zichzelf te beschermen. Zo is er een samenwerkingsovereenkomst ontstaan tussen de Federale politie en ISPA, de Internet Service Providers Association, die 95% van de Belgische access providers vertegenwoordigt. In dit protocol verbinden alle betrokkenen zich ertoe om ‘content’ die ze onwettig achten, aan de politie te melden en om op vraag van diezelfde politie actie te ondernemen. Access providers reageren snel wanneer ze te weten komen dat klanten illegale ‘content’ online plaatsen. Zo voorkomen ze dat die illegale ‘content’ via hun netwerk verspreid wordt.
Kan België optreden tegen websites in het buitenland?
Hoewel hiervoor rechtsmiddelen beschikbaar zijn, blijft het uiterst moeilijk om op te treden tegen haatbodschappen die via buitenlandse websites worden verspreid. Dat komt omdat de wetgeving in heel wat landen verschilt. Wat strafbaar is in België, is dat niet noodzakelijk in een ander land. Daarnaast vraagt dit ook om een nauwere samenwerking tussen politiediensten van verschillende landen en daar wringt nu vaak het schoentje.
In de Verenigde Staten bijvoorbeeld zijn heel wat websites met een racistisch gedachtegoed geregistreerd omdat de vrijheid van meningsuiting er slechts in zeldzame gevallen beknot wordt.
Een ander voorbeeld is Duitsland waar het afbeelden van een hakenkruis strafbaar is terwijl in België en Nederland rekening gehouden wordt met de context waarin het hakenkruis wordt afgebeeld.
Dit leidt soms tot absurde situaties waarbij een website die door een Belgische rechtbank werd veroordeeld, toch voor het Belgische publiek toegankelijk blijft omdat die in het buitenland wordt gehost. Om dat probleem op te lossen is een nauwe samenwerking vereist tussen politiediensten van verschillende landen. Het Centrum stelt vast dat dergelijke samenwerkingsverbanden vaak bestaan om kinderpornografie op internet te bestrijden. Dit geldt niet voor de bestrijding van racisme of negationisme op internet.
Toch wordt hiervoor naar oplossingen gezocht. Zo stelde de Raad van Europa richtlijnen voor aan de lidstaten om online racisme te bestrijden. De Conventie tegen cybercriminaliteit van 2001 – inclusief het aanvullende protocol – stelt ondermeer de verspreiding van racistische ideeën via internet strafbaar in alle Europese lidstaten die de overeenkomst hebben ondertekend. Dankzij dit document is er in Europa een zone ingesteld waar racistische online inhoud kan worden gebannen. Deze overeenkomst wil bovendien de samenwerking tussen de lidstaten versterken door elkaar wederzijdse juridische hulp aan te bieden.
In 2000 werd er een Europese richtlijn uitgevaardigd die ondermeer stelt dat Europese uitingen die aanzetten tot haat, ingaan tegen het principe van het vrij verkeer van goederen en diensten en dus tot een veroordelingen kunnen leiden. Elke lidstaat moet een controle-instantie hebben. In realiteit blijkt echter dat dergelijke controleorganen niet altijd efficiënt optreden tegen racisme. In België vervullen 2 organismen deze controletaak: de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de FOD Economie (niet bevoegd voor racisme) en de Federale Computer Crime Unit (voornamelijk gefocust op pedofilie en kinderpornografie).
Op internationaal vlak tracht het IN@CH-netwerk (Internationaal Netwerk tegen Cyberhate) een antwoord te bieden Het IN@CH-netwerk vormt een netwerk tussen organisaties in verschillende landen die hatespeech op internet bestrijden. Ook het Centrum maakt hier deel van uit (www.inach.org)
Blijf op de hoogte van de activiteiten van het Centrum: schrijf u in op onze nieuwsbrief.
Davy Coolen
T: 02 212 30 41
E: daco(apenstaartje)cntr(punt)be

