Zogenaamd ras
Het begrip ‘(zogenaamd) ras’ wordt niet in de antiracismewet zelf gedefinieerd, zodat het in zijn gebruikelijke betekenis begrepen moet worden. Daarnaast vindt men ook een verduidelijking in de parlementaire voorbereiding van de wet.
Volgens het Van Dale Woordenboek: “groep mensen, dieren of planten die zich door dezelfde erfelijke eigenschappen onderscheiden van andere groepen van dezelfde biologische soort” (Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands, versie 2.0, 2002).
In de voorbereidende werken van de antiracismewet vindt men volgende definitie terug: “een etnische groep die van de andere verschilt door een geheel van lichamelijke erfelijke eigenschappen die schakeringen van eenzelfde soort vertegenwoordigen.”( Gedr. St. Kamer, B.Z. 1979, nr. 214/9, 11)
De wetgever gebruikt de notie ‘zogenaamd’ ras om enerzijds afstand te nemen van het wetenschappelijk niet langer gefundeerde idee dat er verschillende rassen zouden bestaan. Anderzijds moest de wetgever er wel rekening mee houden dat men in de volksmond en in oudere verdragsteksten nog af en toe de notie ‘ras’ gebruikt (zie ook : ‘racisme’).
Het concept ras vloeit nog voort uit de oudere rassentheorieën waarbij men ervan uitging dat de enkel de beschaafde rassen zouden overleven en de meer primitieve rassen zouden verdwijnen (Darwinistische evolutieleer,…). In ‘The Descent of Man’ schreef Darwin: “In de nabije toekomst, niet erg ver wanneer het in eeuwen gemeten wordt, zullen de beschaafde rassen van de mens vrijwel zeker de primitieve rassen over de hele wereld uitroeien en vervangen. […] De kloof tussen de mens en zijn naaste verwanten zal dan groter zijn, want het zal dan gaan tussen aan de ene kant de mens in een beschaafdere staat, mogen we hopen, zelfs dan de Kaukasische mens, en wat apen zo laag als de baviaan aan de andere kant. In plaats van zoals nu tussen de neger of de Aboriginal en de gorilla”(Charles Darwin, De afstamming van de mens en selectie in relatie tot sekse, Amsterdam, Uitgeverij Nieuwezijds, 2002, orig. 1871 /1874). Sommige filosofen en wetenschappers hebben deze theorieën trachtten te bewijzen door schedelmetingen en intelligentietests, om het een wetenschappelijk aangezicht te geven. Vanaf de jaren zestig werden deze rassentheorieën verlaten omdat ze met geen enkele wetenschappelijke realiteit overeenkomen. Op grond van biologische en genetische studies van de mensheid bestaat er binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties een consensus dat er maar één ras bestaat, namelijk het menselijke, met verschillende schakeringen van lichamelijke erfelijke eigenschappen.
Via de notie zogenaamd ras wenst men vooral onverdraagzaamheid of discriminatie te bestrijden waarbij mensen op grond van uiterlijke biologische of genetische kenmerken in groepen ingedeeld worden.


Print this page